Mogelijke schouderproblemen:

Impingment syndroom

Bij het zijwaarts optillen van de arm schuift de schouderkop onder het acromion (schouderdak). Normaal gesproken is er hier genoeg plaats voor aanwezig. Indien de ruimte nauwer wordt door extra botaangroei op het acromion treedt impingement (inklemming) op.

De symptomen uiten zich voornamelijk in pijn bij beweging en nachtelijke pijn. De pijn wordt veroorzaakt door een ontstekingsproces van de slijmbeurs (bursa subacromialis).
De diagnose wordt meestal klinisch gesteld en kan bevestigd worden op een echografie. Op een echografie wordt ook de rotatorcuff geëvalueerd op inliggende scheuren.
De behandeling is in eerst instantie conservatief: rust, fysiotherapie en ontstekingsremmers. Een infiltratie met een cortisone preparaat wordt vaak toegediend om de ontsteking sneller onder controle te krijgen.

Bij blijvende klachten wordt een arthroscopie uitgevoerd waarbij de slijmbeurs wordt weggenomen. Tegelijkertijd wordt er plaats vrijgemaakt (botaangroei weggehaald) zodat de ruimte weer groter wordt en het impingment verdwijnt.

Tendinitis Calcerea of calcificatie vorming

Kalkneerslag in de rotatorcuff pezen treedt op na herhaaldelijke microtraumas. Dit vindt men bv na impingement waar niets aan gedaan wordt. De pees degenereert en vormt tendinose haarden. De kwaliteit van de pees neemt af. In een later stadium verkalken deze pezen.

Deze verkalkingen geven last omdat kleine stukjes kalk soms los komen te zitten en in de slijmbeurs opgenomen worden. De bursa subacromialis reageert hier heftig op met een ontstekingsproces wat uitermate pijnlijk is.

De diagnose wordt eenvoudig op een Röntgenopname gesteld.
Als behandeling gelden dezelfde principes als voor impingement doch er wordt sneller overgeschakeld naar infiltraties. Shockwave of EPI behandelingen zijn vaak een goed alternatief voor de operatie.


Rotatorcuff scheur

Scheuren van de rotatorcuff treden op als gevolg van langdurige conflicten (impingement) of na een acuut trauma. De meest frequent aangetaste pees is de supraspinatus. Scheuren kunnen partieel of volledig zijn.

De patiënt meldt zich meestal met pijn doch voornamelijk met functieverlies van de schouder. Hij/zij krijgt de schouder niet meer volledig naar boven of toch zeer moeizaam.

De diagnose kan op echografie gesteld worden doch het beste onderzoek is een arthro-MRI.

Hierbij wordt wat contrast (gadolinium) in het gewricht geïnfiltreerd. Hierdoor krijgen we een optimaal beeld van alle intra- en extra-articulaire afwijkingen.


De initiële behandeling bestaat uit rust gevolgd door kinesitherapie. Partiële scheuren kunnen soms spontaan genezen. Gezien een pees in het menselijk lichaam slecht doorbloed is, treedt genezing zelden spontaan op.

Volledige scheuren genezen nooit spontaan en worden bij last best geopereerd. Indien een operatie maandenlang uitgesteld wordt  Hierbij zal de spierbuik verder retraheren en kan herstel onmogelijk worden.

De cuff kan via een arthroscopie hersteld worden. Soms is het noodzakelijk om dit via een open procedure te doen. Onherstelbare cuffscheuren kunnen met een schouderprothese behandeld worden.

Bicepsaandoeningen


De bicepspees bestaat uit 2 spierbuiken (bi = twee). De lange kop van de biceps loopt in het schoudergewricht en is bijgevolg gevoelig voor kwetsuren.

tendinits of peesontsteking treedt op door overbelasting. De diagnose wordt klinisch gesteld en wordt bevestigd op echografie. Behandeling is meestal conservatief.

bicepspeesscheuren kunnen optreden na een acuut trauma of na een langdurige ontsteking. De diagnose wordt eveneens klinisch gesteld en kan bevestigd worden op een echografie. Voor scheuren wordt vaker een arthroscopie uitgevoerd.

SLAP letsel: dit is een letsel van de insertie plaats van de bicepspees t.h.v. het labrum. Bij blijvende klachten wordt dit met een kijkoperatie hersteld of wordt een bicepstenotomie uitgevoerd.

Schouder instabiliteit

De schouder is een complex gewricht dat, van alle gewrichten in het menselijke lichaam, de grootste beweeglijkheid kent. Dit heeft grote voordelen maar komt ten koste van de stabiliteit van de schouder.

Anterieure instabiliteit

Deze is de frequentste vorm en komt zeer vaak voor bij sporters of na een trauma.

De voornaamste sporten zijn contactsporten, werpsporten en zwemmen.

Na een val of aBductie/exorotatie trauma kan de schouder gedeeltelijk of volledig ontwrichten. Dit gaat gepaard met onmiddellijk functie verlies en hevige pijn.

Dit is meestal klinisch duidelijk doch een Röntgenopname wordt steeds genomen om botletsels uit te sluiten.

Bij een anterieure schouderluxatie kan een letsel optreden van het labrum (Bankart letsel, zie figuur) evenals van het bot (Hill-Sachs letsel).



Bij een Bankart letsel scheurt het labrum af van het glenoid (“schouderpan”) waardoor de latere stabiliteit in het gedrang komt.

De urgente behandeling bestaat uit een reductie met of zonder anesthesie. Afhankelijk van de musculatuur en leeftijd wordt een immobilisatie aangemeten.

Bij een eerste luxatie wordt nadien kinesitherapie gestart ter versteviging van de borstspieren. In recidiverende gevallen wordt best een Bankart repair uitgevoerd al dan niet arthroscopisch.

Posterieure instabiliteit

Een posterieure ontwrichting treedt minder frequent op. Deze luxatie komt voor bij epilepsie, electrocutie of een ernstig trauma.

De diagnose is vaak moeilijker dan een anterieure schouderluxatie en wordt helaas vaak gemist. Een goede Röntgenopname kan de diagnose in het licht stellen. Bij twijfel wordt best een CT onderzoek uitgevoerd.

De urgente behandeling is gelijkaardig aan die van een anterieure luxatie: reductie.

Bij recidiverende gevallen zijn verdere investigaties geïndiceerd.


Multidirectionele instabiliteit

Zoals de term zegt betreft het hier een instabiliteit in verschillende richtingen. Dit vergt een professionele aanpak en is te uitgebreid om hier weer te geven. Dit wordt best met uw specialist besproken.

Acromio-claviculaire luxatie


Het acromio-claviculaire gewricht bevindt zich tussen acromion (dak van het schoudergewricht) en het sleutelbeen. Bij een rechtstreekse val op de schouder kunnen de ligamenten scheuren die beide beenderen met elkaar verbinden.

Klinisch presenteert de patiënt zich met pijn en functie beperking. De diagnose is klinisch & radiografisch. Men onderscheidt 5 graden waarvan 1 – 3 de belangrijkste zijn.

De behandeling is meestal conservatief en bestaat uit pijnstilling en rust gevolgd door mobilisatie oefeningen. Bij prominente gevallen wordt dit best operatief hersteld.

Frozen shoulder

Een frozen shoulder is een uitgesproken vorm van capsulitis (kapsel ontsteking). Hierbij treedt er retractie van het kapsel op waardoor de schouder als het ware “bevroren” raakt met als gevolg dat de beweeglijkheid sterk afneemt. Dit kan gebeuren na langdurige immobilisatie, na een trauma of na een chirurgische ingreep.

De behandeling is meestal conservatief en bestaat uit pijnstilling gevolgd door mobilisatie oefeningen. In sommige gevallen dient de schouder onder verdoving gemanipuleerd of eventueel met een kijkoperatie losgemaakt te worden.

Schouderarthrose

Bij schouderarthrose treedt er net zoals bij andere gewrichten, pijn en functiebeperking op t.h.v. het aangedane gewricht, in dit geval de schouder.
Heup- en kniearthrose komt frequenter voor omdat, deze gewrichten intensiever belast worden.

De diagnose kan klinisch gesteld worden en worden bevestigd op een Röntgenopname.

De behandeling bestaat in het begin uit conservatieve therapie. Indien dit geen voldoende resultaat heeft is de enige mogelijkheid het vervangen van het schoudergewricht door een totale schouderprothese.



Acromio-claviculaire luxatie

Indien de spieren van de rotatorcuff nog goed zijn kan voor een klassieke schouderprothese gekozen worden.

Bij dysfunctie van de rotatorcuff wordt voor een zogenaamde “reversed” prothese gekozen waarbij het centrum van rotatie wijzigt om een grotere hefboom te creëren voor de m. deltoideus.

Schouderfracturen

Na een val kunnen zowel de bovenarm of het sleutelbeen breken.

Humerusfracturen

Net zoals bij heupfracturen, vormen humerusfracturen een groot deel van de fracturen bij de oudere populatie. Bij jongeren is dit veelal het gevolg van een hoog impact trauma.

De diagnose kan klinisch gesteld worden, toch dient radiografisch te worden bevestigd wat voor een fractuur het is. Dit is om de juiste therapie te kiezen.

Onverplaatste fracturen worden vaak conservatief behandeld met een draagverband gevolgd door mobilisatie oefeningen.

Verplaatste fracturen worden best operatief gefixeerd.

Afhankelijk van het type van fractuur en de algemene toestand & leeftijd van de patiënt, wordt gekozen voor een osteosynthese dan wel een schouderprothese.



Claviculafracturen

Deze fracturen ontstaan door een rechtstreekse val op de zijkant van de schouder. Meest typisch bij wielrenners die vallen. De diagnose is klinisch vaak duidelijk doch wordt steeds radiografisch bevestigd.

In 90% van de fracturen is een conservatieve behandeling de beste optie, het zogenaamde cijfer 8 verband. Deze behandeling heeft een 95-98% kans op slagen zonder operatief ingrijpen.


Bij intensieve (top)sporters en bij sterk verplaatste of open fracturen wordt voor een operatief herstel gekozen. Hierbij wordt er een plaat met schroeven geplaatst om de fractuurfragmenten te reduceren. Onmiddellijke mobilisatie is toegestaan.