SCHOUDER OPERATIE

Decompressie

In geval van impingement is er te weinig ruimte voor de rotatorcuff om vrij te bewegen en raakt deze ingekneld (impingement) onder het acromion. Aldus dient er meer ruimte te worden gemaakt.

Deze ingreep gebeurt via een arthroscopische techniek met 2 of 3 kleine steekgaatjes. Hierbij wordt er dus meer ruimte vrijgemaakt voor de rotatorcuff en wordt de ontstoken slijmbeurs weggenomen.



Na de ingreep dient de patiënt een tweetal dagen een draagdoek te gebruiken. Nadien zijn progressieve mobilisaties toegestaan (schouderrevalidatie).

Rotatorcuffherstel


De rotatorcuff is de spiergroep die verantwoordelijk is voor de vlotte beweging in de schouder. Een scheur wordt best snel aangepakt daar de 2 uiteinden van de pees vaak gaan “retraheren” of terugtrekken. Hoe langer men wacht, hoe moeilijker uiteindelijk de operatieve ingreep en de revalidatie wordt.

De operatie gebeurt via dagziekenhuis (of maximaal één nacht in het ziekenhuis). Het betreft een kijkoperatie of arthroscopie van de schouder.

Hierbij worden de gescheurde peesuiteinden terug hersteld. Nadien krijgt u een draagdoek om de peeshechting te beschermen.

Revalidatie duurt ongeveer 3 à 4 maanden.

Bij chronische of langbestaande scheuren is een hechting vaak onmogelijk geworden. Indien u veel pijn heeft of u te weinig kan bewegen met uw schouder, dient een prothese te worden geplaatst.


Schouderstabilisatie


Indien conservatieve methoden zoals kinesitherapie, fitness, … niet helpen, wordt de schouder via een operatieve techniek terug gestabiliseerd.

Bij een klassieke “anterieure” schouderinstabiliteit is het “labrum” aan de voorzijde van de schouderpan (glenoid) gescheurd. Het omgekeerde gebeurt bij een “posterieure” schouderontwrichting. Het labrum kan je qua structuur vergelijken met de meniscus van de knie. Het zit rondom rond het “glenoid” en stabiliseert de schouderbol mooi in de pan.

Een letsel hiervan wordt ook een “Bankart” letsel genoemd (zie figuur boven).

Revalidatie duurt ongeveer 3 à 4 maanden.

De stabilisatietechniek gebeurt meestal via een kijkoperatie (arthroscopie, zie schema links). Bij herhaaldelijke of te uitgesproken gevallen wordt dit vaak via een “open” weg uitgevoerd met een incisie die vooraan de schouder ligt.

Na de stabilisatie dient de schouder een tijd ondersteund te worden met een schoudergordel verband.



IHet is de eerste 6 weken absoluut verboden om de schouder in “exorotatie & aBductie” te brengen (zie figuur rechts). Dit manoeuvre kan een nieuwe ontwrichting uitlokken.

Intense contactsporten mogen ten vroegste vanaf 3 maand na de ingreep. Bij voorkeur wordt 6 maand afgewacht.

Bicepspees

(intra-articulair)

Zoals de naam zegt bestaat de biceps uit 2 spierbuiken, een lange & een korte. Bij bicepspeeslijden is voornamelijk de lange spierbuik en -pees aangetast. De behandeling is hiervan zolang mogelijk conservatief doch bij een scheur dringt een operatieve ingreep zich op.

Hierbij wordt dan afhankelijk van de kwaliteit van de pees een zogenaamde tenotomie of tenodese uitgevoerd.

Bij een tenotomie wordt de aanhechting van de pees doorgenomen zodat de pees wegschiet in de bovenarm. Hierbij wordt de spanning weggenomen en is de patiënt pijnvrij. De patiënt heeft als nadeel een esthetische verandering ter hoogte van de bovenarm. In plaats van de normale bicepsspierbuik ziet men één aberrante spierbuik. De kracht wordt voldoende gecompenseerd door de resterende spierbuik.

Bij een tenodese wordt de pees eveneens losgemaakt van de hechting doch wordt deze op de humeruskop terug vastgehecht. Deze techniek wordt vaker toegepast bij jongere patiënten.

Totale schouderprothese

Er zijn 3 grote redenen om een schouderprothese te plaatsen:


1. Arthrose (omarthrose)

Bij arthrose treedt er kraakbeenverlies op t.h.v. het schoudergewricht. Dit noemen we ook omarthrose. Indien alle andere behandelings-modaliteiten falen, kan men overgaan tot een schouderprothese. Hierbij worden zowel de kop als de pan aangepakt.

De kop wordt vervangen door een nieuwe kop, idem voor de schouderpan (glenoid).

Na de ingreep volgt een korte ziekenhuisopname (max. 3 dagen). Ondertussen worden de eerste revalidatie oefeningen reeds aangeleerd.

Er zijn geen speciale bandages noodzakelijk na deze ingreep. De bedoeling is om uw arm en schouder zo snel mogelijk terug te gebruiken.

2. Onherstelbare fractuur

Bij een onherstelbare fractuur is het schoudergewricht volledig beschadigd. Er kan met een operatie geen normaal gewricht meer gereconstrueerd worden. Aldus is het noodzakelijk om het gewricht te vervangen met een prothese. Afhankelijk van de toestand van de omliggende spieren wordt voor een klassieke schouderprothese gekozen of voor een “omgekeerde prothese” (reversed prosthesis). Deze laatste wordt gebruikt indien de rotatorcuff onvoldoende intact is om een nog goede mobiliteit te verzekeren.

3. Rotatorcuff insufficiëntie

De rotatorcuff is de belangrijkste spiergroep van de schouder. Zonder deze kan de schouder onmogelijk behoorlijk functioneren.

Indien een hechting onmogelijk blijkt, kan een zogenaamde omgekeerde schouderprothese (reversed of delta prothese) worden geplaatst. De bol wordt vervangen door een pan en vice versa.

Met het speciale design van de prothese is het alsnog mogelijk om uw schouder naar behoren te gebruiken. De reversed prothese maakt gebruik van een betere hefboom voor de deltaspier.

Na de operatie kan u verwachten dat u terug vlot uzelf kan wassen en aankleden alsook uw haar kammen en dergelijke. Intensieve sport voor de schouders (zoals tennis, …) is wel minder waarschijnlijk.